Bernard Heesen & Dick Stapel

glaskunst en schilderijen

18 september t/m 26 oktober

 

"Glas stroomt als bloed door mijn aderen"

"Je moet toch vooral verf zien”

‘Dit is geen toeristische attractie’ waarschuwt een bord bij de deur van glasblazerij De Oude Horn. Vijf dagen in de week wordt hier ‘snoeihard’ gewerkt door Bernard Heesen en zijn team. "Je moet een bepaalde concentratie hebben met elkaar. Als er dan onverwacht mensen binnenkomen, raak je eruit”, verklaart de eerder dit jaar tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau benoemde glasblazer zijn terughoudendheid tot bezoek.

 

Galerie Quintessens presenteert deze zomer recente glasobjecten van Bernard Heesen (1958, Leerdam) en schilderijen van Dick Stapel (1942, Den Haag). De twee toonaangevende kunstenaars wonen en werken bij elkaar in de buurt: niet ver van de glasblazerij die Bernard’s vader Willem Heesen in 1977 oprichtte. Overeenkomsten in het werk van de twee moeten we niet willen zoeken. Dick Stapel schildert vooral portretten en stillevens in olieverf en maakt ook portretten in Siberisch krijt en landschappelijke pentekeningen. Bernard Heesen maakt expressieve glassculpturen in de vorm van vazen, kannen en pullen, meestal in vrolijke kleuren en met barokke elementen.

 

De koninklijke onderscheiding ontving Heesen dit jaar omdat hij een ‘meesterlijke ambachtsman in de kunst van het glasblazen en vormen is’. Niet alleen heeft hij Leerdam als glasstad wereldwijd op de kaart gezet, hij onderhoudt ook internationale contacten en leidt een nieuwe generatie glasblazers op. "Het kost een jaar of zeven voordat je een beetje kan glasblazen en het duurt zeker tien jaar voordat je kunt maken wat je echt wilt maken”, vertelt Heesen in zijn werkplaats. "Ik heb het geluk dat ik heel lang de vrijheid heb gehad om mijn vader te helpen en zelf kon uitvinden wat je met glas kan doen.” Vader Willem Heesen werkte in navolging van Copier als ontwerper in de glasfabriek van Leerdam, maar stopte daar op zeker moment om voor zichzelf te beginnen. Bernard Heesen: "Ontwerpen en blazen zijn twee totaal verschillende dingen. Het is mijn vader nooit gelukt dat laatste echt onder de knie te krijgen. Hij maakte tekeningen en ik ben samen met anderen de uitvoerder geweest van zijn werk.”

 

Bernard Heesen & Dick Stapel

Bernard Heesen & Dick Stapel

Foto Piet Gispen

 

In Tsjechië werkte Bernard een tijd met de beste glasblazers. Hij gaf ze opdrachten, observeerde en leerde. "Toen ik terugkwam dacht ik: ‘Dat kan ik ook’. En het fijnste was dat ik mijn mooie 19e eeuwse verzameling kon gebruiken voor mijn werk. Ik verzamel oude encyclopedieën en zwart-wit gravures en werk ook aan een eigen encyclopedie.” Hij heeft al drie delen afgerond die hij de verzameltitel ‘Encyclopaedische gewrochten’ meegeeft. In de boeken geeft hij voorwerpen als kannen, pullen en kelken een eigen interpretatie. "Vaak weet ik niet precies wat een plaatje voorstelt maar beschouw ik het toch als een ontwerptekening voor glas. Het worden dan hele eigenaardige dingen.”

 

Sinds Andries Copier zijn beroemde Gilde wijnglas en unieke vazen maakte, heeft Bernard Heesen het gevoel dat hij mag ‘spelen’. "Ik ben nooit streng in de leer geweest en blaas gewoon wat ik wil”, verklaart hij zijn vrije werk dat vaak rijk is versierd met ornamenten. "Hoe meer eraan vast zit, hoe beter. Glas leent zich daar helemaal voor”, vindt hij. "Vaak blaas ik iets na dat in keramiek lelijk wordt gevonden. Eenmaal in glas krijgt het schoonheid. Glas is duur spul en heel moeilijk om mee te werken. Alleen daardoor al hechten mensen er meer waarde en betekenis aan. "Het is echt in mijn bloed gekropen dat ik alleen nog maar lelijke dingen maak.” Wat anderen vaak van zijn glas zeggen is dat je nog kunt zien dat het bewogen heeft, dat het vloeibaar is geweest. Daar is hij het mee eens. "Andere glasblazers zijn vaak bezig om iets onder controle te houden. Het is een moeilijk vak dus moet je alles perfect doen. Het spontane wordt vaak weggewerkt. Terwijl ik het wel fijn vind om nog iets van het proces te kunnen zien.”

 

Hij vindt het een heel bijzonder vak, glas blazen. ,,Voor mij is glasblazen ook samenwerken, want je kunt het niet in je eentje. Mensen vinden het altijd opvallend dat er zo weinig gezegd wordt, terwijl je ons snoeihard ziet werken. Maar we werken al lang samen dus dan gaat het zo. Wij werken hier met z’n drieën, soms met z’n vieren. Dat bepaalt ook het werk dat ik maak: het wordt al gauw complex en ingewikkeld: grote torens met veel losse onderdelen die aan elkaar worden gezet. Ik heb de laatste tijd iets met kikkers. Waarom weet ik ook niet, ik vind het leuke dingen. Nieuw zijn ook deze bijzondere gele flessen, het maken ervan is heel grappig. Normaal vorm je glas met de hand, maar deze hebben we door grind gerold om tot een vorm te komen.”

 

Van Hall

 

Heesen houdt enorm van zijn materiaal, al is er het radicale verschil tussen glas waarmee je werkt en het eindproduct. "Als het warm is en vloeibaar en beweegt dan is het echt ongelooflijk lekker spul. Als je het laat vallen dan druipt het weg op de grond. Ik heb wel een haat-liefde verhouding met het gestolde glas. Als het koud is en je laat het vallen dan is het kapot. Ik heb ook niet zoveel met glaskunst.” Een spannend moment is de keuze om iets af te ronden. "Als iets aan de pijp zit dan beslis je op een gegeven moment of het af is. Dan gaat het de koeloven in en ben ik helemaal uitgeput. Een of twee dagen later haal je het uit de kast, kun je het met blote handen oppakken en ergens neerzetten. Ja, en dan zie je voor het eerst wat je hebt gemaakt. Je kunt er niks meer aan doen. Dus het is goed of je gooit het weg.”

 

Het moment waarop je besluit dat een werk af is. Dat is ook voor Dick Stapel een bijzonder en bepalend onderdeel van zijn schilderproces. Ook al kun je met verf –in tegenstelling tot glas- nog altijd wel iets aanpassen, toch kiest ook hij heel duidelijk een eindpunt. "Zolang ik het niet heb gesigneerd kan ik er nog op terugkomen.” Stapel is geen fijnschilder. Hij schildert met een losse toets die hij vrij dun opbrengt. "Ik vind het mooi als het wit van het doek een rol blijft spelen.” En wat hij schildert mag nooit té echt lijken ‘want dan is het niet meer interessant.’ Zijn portretten schildert hij in heldere kleuren en het liefst levensgroot tegen een vlakke achtergrond waardoor je niet weet waar de geportretteerde zich bevindt. Het kunnen zo net zo goed toevallige voorbijgangers zijn. Hoewel, zijn lijst met portretopdrachten is lang en indrukwekkend vanwege de vele prominente figuren uit de wereld van de politiek en de kunsten. Zijn portretten zijn over het algemeen dus herkenbaar én zichtbaar want een aantal hangt op openbare plekken. Zo komen we zijn portret van Anne-Wil Blankers tegen in het Chassé theater en schilderde hij Mary Dresselhuys voor de portrettengalerij in de Amsterdamse Schouwburg.

 

Dick Stapel,

'Kannen en puddingvormen' ,

olieverf/doek, 40 x 40 cm.

 

Stapel portretteerde leden van de koninklijke familie, ministers en politici, directeuren, burgemeesters, een serie koks en veel kunstenaars waaronder acteurs, regisseurs en collega’s. In zijn eigen collectie bewaart hij drie schilderijen die hij maakte van opvallende persoonlijkheden uit glasstad Leerdam: Andries Copier, Willem Heesen en Bernard Heesen. "Copier ontmoette ik bij Willem Heesen. Hij wilde wel een keer voor mij poseren, dat vond ik een hele eer”, herinnert Stapel zich. "Toen hij hier kwam had hij een schetsboek bij zich want hij wilde wel door kunnen werken”, vervolgt hij lachend. "Daarna heb ik Willem Heesen geschilderd. Na zijn overlijden kwam ik zijn zoon Bernard tegen. Hij had zo’n mooi jasje aan, met een patroon van Griekse ornamenten.” Veel portretten maakt Stapel voor zichzelf. "Alleen werken die ik in opdracht maak gaan hier de deur uit.” Voor een portret werkt hij ‘naar het leven’: "Iemand poseert hier drie aaneengesloten dagen. Tijdens het poseren praten we veel, hoewel het schijnt dat ik niet altijd antwoord geef wanneer ik in mijn concentratie zit. Aan het einde van de laatste poseerdag vraag ik iemand die dicht bij het model staat in het atelier het resultaat te komen bekijken. Na instemming maak ik het schilderij daarna verder af.”

 

Dick Stapel, 'Oesters',

olieverf/doek, 40 x 45 cm.

 

Hoewel Dick Stapel vooral bekend is als portretschilder, heeft hij van stillevens zijn tweede specialisme gemaakt. "Grafisch ontwerper Gert Dumbar heeft mij eens de ‘ambassadeur van de Hollandse helderheid’ genoemd. Dat vind ik een mooie typering.” Karakteristiek in zijn stillevens is het samengaan van het heldere Hollandse licht met de soberheid die we kennen in stillevens van schilders als Zurbaran en Morandi. "Ik ben een bewonderaar van Morandi en van Zurbaran. Morandi schilderde snel maar deed lang over het opstellen. Hij blijft mij inspireren, ook vanwege het licht.” In zijn atelier staan en liggen overal voorwerpen die we terugzien op zijn wittige monochrome stillevens: trechters, kommen, witte kannen, broezen, espressopotten, doosjes, oude potten en foto’s. "Soms ontstaat een onderwerp spontaan, als ik iets zie dat ik mooi vind. Dat kunnen filmdoosjes zijn, of een uitzicht. En soms stel ik een stilleven op. Daar doe ik eigenlijk het langste over, dat gaat uiterst zorgvuldig.”

 

Opvallend is dat hij het formaat van zijn stillevens klein houdt, terwijl hij zijn portretten levensgroot maakt. "De werkwijze is ook totaal anders”, bekent hij. Bij een stilleven zit ik meestal, bijna vastgeplakt op mijn stoel. Bij een portret ben ik voortdurend in beweging. Dan loop ik van mijn ezel naar het podium en naar mijn paletten.” Hij vervolgt: "Maar of het nou een portret is of een stilleven, ik maak in beide gevallen een schilderij”, vat Stapel zijn uitgangspunt bondig samen. Want om schilderen gaat het. "Als je dicht op het doek gaat staan wil ik toch vooral dat je de verf ziet. Ik denk dan ook niet dat de schilderkunst ooit verdwijnt”, peinst hij. "Het is nooit nodig geweest, maar het zal er altijd zijn, die verf op dat doek. Omdat mensen als ik het niet kunnen laten. Alleen daarom al.”

 

Maaike Staffhorst

Contactgegevens

Nieuwegracht 53
3512 LE Utrecht

00.31(0)6-51453501

info@galeriequintessens.nl