Hans Truijen: L'annonce du printemps

Hans Truijen
28 februari t/m 28 mei 2000
L' ANNONCE DU PRINTEMPS


"Een nieuwe lente, een nieuw geluid", luiden de beroemde dichtregels van Herman Gorter ('Mei', 1889). Ieder werk van de Limburgse kunstenaar Hans Truijen (Soerabaja, 1928) is een nieuwe versie van het oudste thema in de kunst: de liefde en dus de lente. In zijn oeuvre overheerst de liefde en is het altijd voorjaar. In zijn uiterst persoonlijke handschrift schrijft Truijen telkens nieuwe liefdesbrieven aan het leven...


Truijen kan een eenling in de Nederlandse kunst worden genoemd. hij heeft zich nooit iets aangetrokken van de heersende modes, stromingen of stijlen. Toch is zijn werk diep geworteld in de kunst van de twintigste eeuw, zo is er een verwantschap met Chagall, met de Fauvisten, maar ook bijvoorbeeld met het gedachtegoed van Jackson Pollock. Maar bovenal laat Truijens, in zijn gehele ouvre, die opvallend optimistisch levensvisie zien, die ook tot uitdrukking komt in deze nieuwe expositie, getiteld L'annonce du printemps. In de kleurige schilderijen en werken op papier, die hij in Utrecht toont, is blijheid dan ook het sleutelwoord.

Truijen heeft, hoewel (of misschien juist doordat) hij pas op latere leeftijd voor het vrije schilderschap koos, een ongekende vrijheid weten te bereiken in een door hemzelf geschapen, paradijselijke wereld. Die eigen wereld beschermt hem tegen invloeden van buitenaf. Hij leeft teruggetrokken binnen de slotgracht van zijn witgekalkte, Zuidlimburgse 'chateau'.

Hans Truijen schildert vanuit een innerlijke noodzaak en laat zich leiden door zijn onderbewustzijn. Hij schildert in een soort roes. Hij werkt met twee handen, waarbij hij de verfkwasten, ter verhoging van de automatische expressie, vaak tussen zijn vingers houdt. Hij legt zijn doeken of vellen papier op de grond en in voorovergebogen houding laat hij een eenheid van lichaam en geest onstaan, waardoor hij als het ware in het schilderij opgaat. Hij loopt om (en zelfs over) het werk heen, schildert aan alle kanten, zonder zich te laten beperken door de wetten van het perspectief of die van de werkelijkheid. Onder kan boven en boven kan onder zijn. Zo groeien soms de wortels van planten naar de hemel toe. Hans Truijen toont een figuratieve wereld waarin alles mogelijk is.

In zij spontane en vrije werkwijze grijpt hij telkens terug naar de basis. Truijens werken zijn gelaagd. Immers zonder duisternis kan er geen licht zijn. De blijheid als eindresultaat, maar aan dat gevoel liggen vaak wel degelijk negatieve gevoelens ten grondslag. Hij begint vaak met agressieve krassen, die later afgedekt worden.

Door dat wegwerken (soms te herkennen in intensief bewerkte delen van een compositie) komt hij in de uiteindelijke voorstelling tot een blij beeld; uit de oerchaos onstaat vanuit driftig zoeken een natuurlijke ordening, die enigszins kinderlijk aandoet. Hans Truijen koestert het kind in zichzelf en geeft dat kind de ruimte zich te uiten. Hij is niet op zoek, hij vindt. Persoonlijke gevoelens zet hij al schilderend neer in figuratieve beelden. Dit is een authentieke wereld, omdat zij voorkomt uit de vruchtbaarheid van zijn verbeelding, die gevoed wordt door herinneringen en droombeelden.

Lijnen en kleuren bewegen op doek of papier. Ze zijn soepel met elkaar verweven, of juist van elkaar gescheiden. Truijen hanteert een helder palet, hij streeft ernaar zijn werken te laten schitteren, zoals een glasraam dat doet. Het zal dan ook niemand verbazen dat Truijen zich jarenlang als glazenier manifesteerde. Kleur is voor hem essentieel, vooral de primaire kleuren rood, blauw en geel. De terugkerende motieven verwijzen veelal naar vrijheid, vogels, vlinders, (vliegende) vissen en engelen. Soms schildert hij een olifant, symbolisch voor de Indische indrukken uit zijn vroege jeugd, of een leeuw en lam, broederlijk bijeen. Ook zon en maan figureren soms in een schilderij. Ook spelen de dieren uit de direkte omgeving van de schilder een rol, zoals de pauw en de zwaan. Zij versterken de paradijselijke sfeer. De bloemen zijn kwetsbaar en tegelijkertijd buigzaam in de wind. Het zijn altijd veldbloemen, klaprozen, margrieten en korenbloemen.Truijen schildert graag zijn vrouw, het middelpunt van zijn wereld en dus van vele schilderijen en tekeningen. Afgebeeldingen van zijn moeder, zijn baboe en zijn tweelingbroer versterken het autobiografische karakter van zijn schilderijen: kunstwerken waarin het altijd voorjaar is.

 

Annelette Hamming
Breda, 2000.

 

1928 geboren in Soerabaja, Nederlands-Indie
1949 opleiding Jan van Eyck Academie, Maastricht
1955 eindexamen Cum Laude
1955-59 woont en werkt in Den Haag
1956-88 vervaardigt groot aantal ramen en wandschilderingen, hoofdzakelijk in Limburg
1970 concentreert zich op zogenaamd vrij werk


EXPOSITIES o.a.:


1971 Kunst in limburg, Cultureel centrum, Venlo
1974 Kritzraedhuis, Sittard
1975 De Vleeshal, Middelburg; Stadsschouwburg, Heerlen; Museum van Bommel-Van Dam,Venlo
1977 Chenil Galleries, Londen; Dutch Art Fair, Amsterdam
1978 beschildert het interieur van het Romaanse kerkje te Oud-Lemiers
1983 Trajecta, Maastricht
1984 Kunst / Limburg, Bonnefantanmuseum, Maastricht; De illustereWand, Bonnefantenmuseum,  

            Maastricht
1988 Haagse Salon, Pulchri Studio, Den Haag
1989 Jubileumtentoonsteling, Gemeentemuseum, Roermond; Glazenierskunst na 1945, Slot Zeist,

           Zeist
1997 Het paradijs volgens Hans Truijen, Galerie Quintessens, Utrecht


LITERATUUR:


E.Wingen, 'De wereld van Hans Truijen', Venlo, 1989
A. Hamming, 'Liefdesbrieven aan het leven', Zaanstad, 1995

Contactgegevens

Nieuwegracht 53
3512 LE Utrecht

00.31(0)6-51453501

info@galeriequintessens.nl