Dubbelexpositie: Tony van der Vorst en Xiao-Fan

Xiao-Fan / Tony van der Vorst
19 september t/m 22 december 2001
DUBBELEXPOSITIE

XIAO-FAN

Lang voordat de Chinese schilderkunst mode werd in de hedendaagse kunstwereld, werkte Xiao-Fan Ru in zijn Parijse atelier aan een consistent oeuvre. Een oeuvre waarin hij op eenzelfde 'ongrijpbare' manier figuratieve elementen over het vlak laat zweven als de Chinezen die nu in de aandacht staan. De schilderkunst van Xiao-Fan oogt heel concreet met duidelijk identificeerbare motieven als bloemen, stillevens en engeltjes met een ballonhoofd. Door de suggestieve opbouw van de compositie en de ijle manier van schilderen echter, zitten er overduidelijk verborgen betekenissen in. Esthetiek en betekenis gaan hand in hand bij Xiao-Fan Ru. Hij schildert bijvoorbeeld oogstrelende bloemen. Op een bijna zinnelijke manier geabstraheerd op het moment van hun verrukkelijke bloei.

Die bloei is echter ook een vooraankondiging van verval en die melancholie zit in de schilderswijze opgesloten.Xiao-Fan waakt ook voor al te letterlijke citaten uit de werkelijkheid. De bloemen zijn fantasiebloemen, waarbij de kunstenaar vrijelijk associeert met zowel organische- als geometrische vormen. Dit maakt het motief heel sculpturaal, terwijl er ook associaties zijn met de bloeiknoppen en-vruchten die Karl Blossfeldt aan het begin van de twintigste eeuw heeft gefotografeerd.

Voor Xiao-Fan is de symboliek van een motief nooit eenduidig. Binnen een compositie hebben alle afzonderlijke beeldelementen een symbolische kracht terwijl de voorstelling als geheel ook betekenissen oproept. Hoewel de kunstenaar tegelijkertijd probeert een al te zwaarwichtige lezing te relativeren. Ik hou ervan om de draak met iets te steken. Ik kan niet op een te gecompliceerde manier denken, want dan kan ik niet meer schilderen. Ik hou ook altijd van het eerste beeld dat ik van iets heb. Wat daarna komt is van secundair belang. Het gaat om de eerste indruk, associatie of spontane reactie, die is interessant. Heel primair dus. De humoristische kant van mijn werk is belangrijk, laat de mensen er maar om lachen.'

In zijn vroegere werken werd de glimlach wel eens een grimlach. De engeltjes met ballonhoofden die hij een paar jaar geleden schilderde, waren potsierlijk, maar tegelijk tragisch. De ballon was in de schilderijen van Xiao-Fan een symbool voor het verlangen naar vrijheid, een genot dat in het geboorteland van de kunstenaar continu onder druk staat. Het lichtvoetige motief van de ballon kreeg daardoor een dubbele betekenis. Door de ballon te laten zweven boven Parijs (de stad buitelt in de reeks schilderijen langs de randen van het vlak) becommentariseerde hij eigenlijk zijn eigen verblijf in deze westerse stad. Nadat Xiao-Fan Ru zijn eerste westerse jaren van zich had afgeschud, werd hij losser in zijn onderwerpkeuze. De gestileerde bloemen waren daar een eerste proeve van. Ze verschenen als exotische, kleurrijke verschijningen tegen een monochrome achtergrond. Het was een vingeroefening voor exuberante stillevens op groot formaat. In een 'all-over' compositie combineerde Xiao-Fan Ru in die stillevens alle mogelijke soorten beeldelementen: bloemen, gemberstronken, lycee's, sterfruit, haricot-verts, draakachtige wezentjes, slangen, octopussen een vreemd ratachtig varkentje. Die motieven balanceerden net als de eerste bloemen op de grens tussen droom en werkelijkheid. Het zijn bijna ondefinieerbare, amorfe vormen die toch duidelijk wortelden in de werkelijkheid. Een typisch verschijnsel in de hedendaagse Chinese schilderkunst. Toch toont Xiao-Fan Ru in al zijn werk affiniteit met de westerse kunstgeschiedenis. De engeltjes bijvoorbeeld, zijn ontleend aan een fresco van Pietro en Ambrogio Lorenzetti in de kerk van San Francesco in Siena en ook in de recentste schilderijen zijn er verwijzingen. De schilderijen en fresco's van Pierro della Francesca inspireerden Xiao-Fan Ru in zijn kleurgebruik, terwijl het schilderij 'Carnaval' van Pieter Bruegel de Oude en de werken van Frans Snyders als voorbeeld dienden voor de stillevens. Bruegel staat garant voor de weelderigheid, terwijl Snyders befaamd is door zijn hoge optastingen van voedsel, als waren het de ingrediënten voor een groots maal. Ook de hiërarchieloze composities van Xiao-Fan lijken het 'palet' voor een copieuze maaltijd. De kunstenaar is een groot liefhebber van koken en de stillevens zijn hier een tastbaar resultaat van. Xiao-Fan Ru noemt de schilderijen zelf een 'strange mixture'. Je kunt de taferelen als een beeldend oerwoud van vormen en kleuren zien - soms concreet en herkenbaar, soms mystiek-, maar je kunt ook op zoek gaan naar de associatieve symboliek van de losse elementen en zo je eigen verhaal distilleren uit de wonderlijke opeenstapeling van natuurlijke producten. 

De enorme, kleurrijke doeken zijn de apotheose van Xiao-Fan Ru's wonderlijke reis door het organische universum. De basis echter blijft de figuratie.In de hedendaagse kunst wordt het realistische schilderen nog steeds als iets verdachts gezien, al komen er in Nederland recentelijk steeds meer schilders die op een schematische, figuratieve manier schilderen. Op de academies heeft het 'naschilderen' echter al lang met meer de positie van ooit. Toch heeft Xiao-Fan Ru in Nanking een vrij traditionele opleiding gehad. In zijn academietijd tussen 1977 en 1983 kreeg hij nog ouderwets les in het schilderen van stillevens en landschappen. Ondanks de Culturele Revolutie van Mao - die toen op zijn hevigst was - waren er op de school van Xiao-Fan voorbeelden genoeg van de grote Europese schilders.

Daarnaast kreeg hij les in kalligrafie en de traditionele Chinese schilderkunst, wat zijn tekenhand verder vormde. De vaardigheid hiervan komt het duidelijkst tot uiting in grote houtskooltekeningen. Hierin lijkt de sleutel van de grote stillevenschilderijen te liggen. Het is alsof hij al mijmerend het grote vel heeft afgetast, vorm na vorm heeft neergezet en zo op een bijna natuurlijke manier alle beeldelementen in zijn hoofd een plaats gaf. Niet de ratio, maar het gevoel heeft Xiao-Fan in zijn recente werk gestuurd en dat uit zich in een aanstekelijke fantaseerlust.

Robbert Roos 


TONY VAN DER VORST

"lk ben een verhalend beeldhouwster. Mijn vormenwereld moet een relatie hebben met een herkenbare en vooral gevoelde werkelijkheid. Eigenlijk zijn mijn beelden zelfportretten, reflecties op wat ik heb ervaren of graag zou willen beleven. Zie mijn werk als een neerslag van allerlei mogelijkheden in het leven van een vrouw, die ik probeer te transformeren tot een universeel herkenbaar symbool. Zoals een acteur zich inleeft in zijn rol, beziel ik elke vezel van mijn werk en geef ik elk detail betekenis om tenslotte zelf dit beeld te worden of te zijn. Na mijn academietijd (1968-1975) waren er eerst de Pornona's, Vriendinnen en Danseressen.

Daarna volgde een periode van vorm- en kleurexperimenten in steen en brons, gecombineerd met andere materialen. Tegenwoordig werk ik uitsluitend aan projecten die zich uitstrekken over een langere periode en die het verslag zijn van een zoektocht. Het einddoel is één of verschillende grote beelden in steen. Daarnaast maken kleine bronzen beelden en soms tekeningen deel uit van de expositie, die plaatsvindt aan het einde van het werkproces. Vanaf 1990 tot 1998 werkte ik aan mijn Aards Paradijs-projekt: een zoektocht naar ongeremde erotiek. Ik maakte beelden van vrouwen, die niet beladen waren met het schuldgevoel uit het scheppingsverhaal van de christelijk-joodse cultuur: Lilith, Donna Lupa, Leda en Carmen. Daarna volgden enkele jaren, waarin ik opdrachten uitvoerde. In die tijd veranderde mijn leven ingrijpend, omdat ik ophield met lesgeven aan de Amsterdamse Rietveldacademie. Een introverte beschouwende tijd diende zich aan, waarin ik in aanraking kwam met Oosterse filosofieën. 

In het najaar van 1999 werd mijn aandacht getrokken door een prachtig stuk geel marmer uit Siena, dat al een tijd op mijn werkvloer stond. Ik fantaseerde over een portret of borstbeeld in twee kleuren steen en ontdekte toen een nog veel groter brok, prachtig wit marmer, dat ik al in 1989 had meegebracht uit Carrara. Het had een specifieke vorm waarin ik een zittende figuur zag met gestrekte benen. In gedachten vormde zich langzaam een beeld dat 'levensvatbaar' bleek te zijn en dat ik de naam 'Oosterse bruid' gaf. Het bruid zijn is een mooi stadium in het leven van een vrouw. Zij is jong , pril onschuldig en stapt over naar een leven vol overgave en leert gaandeweg een andere realiteit kennen.

Dat geeft onzekerheid en twijfel, ook angst voor de te nemen stap. Terwijl er ook een groot verlangen is om dit aan te gaan, evenals een gretige nieuwsgierigheid. In januari 2000 begon ik met de ontwerpfase van de 'Oosterse bruid' en langzaam groeide ik, stap voor stap, toe naar de definitieve versie. Aanvankelijk vond ik mijn inspiratie bij Japanse vrouwen, vanwege hun kunstige en plastische haarvormen. Daarna zag ik een foto van de Chinese filmster Gong Li en herkende haar als HET model voor mijn beeld. In alle opzichten had zij, vanwege de ongelooflijk weemoedige uitdrukking op haar gezicht, de juiste uitstraling. Ik bekeek alle films die ik van haar kon vinden, maar kwam tot de conclusie dat het evenmin een Chinese bruid mocht zijn. Ik was niet geïnteresseerd in een bepaald land, maar in het Verre Oosten als geheel vanwege de totaal andere manier van leven. Kernpunten waren de aandacht voor de geest, de verstildheid en het meditatieve. Zo kwam ik steeds dichter bij de expressie die het beeld moest hebben. Ook realiseerde ik me steeds meer, dat het een fragiele, kwetsbare figuur moest worden, in tegenstelling tot de vrouwenfiguren die ik voorheen maakte."  


Tony van de Vorst
zomer, 2001

Contactgegevens

Nieuwegracht 53
3512 LE Utrecht

00.31(0)6-51453501

info@galeriequintessens.nl