Dubbelexpositie: Willemijn van Dorp en Joop Hekman

Willemijn van Dorp / Joop Hekman 
27 januari t/m 2 maart 2002
DUBBELEXPOSITIE


Willemijn van Dorp zegt over haar recente schilderijen:


"De stap van figuratie naar abstractie is uitsluitend te danken (of te wijten) aan mijn fascinatie voor stromend water, licht en ruimte. Een bijna fysiek verlangen - altijd gebleven - dat direct na een verhuizing naar de regio Amersfoort 20 jaar geleden al duidelijk werd: ik zocht de oevers van de Lek of Nederrijn op zo vaak ik maar kon. In mijn werk was daarvan nog niets te zien. Dat gebeurde pas later, toen in Cornwall de combinatie van expansie en werkplek voorhanden bleek. Dat landschap met rotsen, zee en veel wind zag ik ter plekke zogezegd geconcentreerd terug in het werk van abstracte schilders als Ben Nicholson, Patrick Heron en Peter Lanyon, die veel in de regio hebben gewerkt. Daar begreep ik voor het eerst dat je een boodschap of sfeer, mits goed neergezet, even krachtig of soms zelf overtuigender kan overbrengen door informatie te reduceren. Communiceren langs andere kanalen dan de zichtbare werkelijkheid: een spannende en vreugdevolle ontdekking die ook het vechten met de realisatie ervan met zich bracht.

Met een beetje geluk wordt op een dag de ingeslagen weg wat breder: het paradijs in Cornwall – tot enkele jaren geleden onvervangbaar gedacht – verlegde zich naar een schitterende werkruimte aan de Waal. Daar hebben nu hetzelfde parelmoeren licht, water en gedreun van scheepsmotoren ook mij uit de figuratie geduwd. Elke poging tot weergave van wat ik zag bleek onder de maat, er moest echt uit andere vaten worden getapt. Vaatjes die dikwijls verdraaid moeilijk opengaan. Uit een daarvan putte ik vlakken en lijnen waarmee ik probeer vorm te geven aan een ritme dat de omgeving beheerst. Want in tegenstelling tot wat je zou denken is het er hoogst zelden stil: de lucht, de oevers en het water zijn permanent in beweging. Ik leerde om meer mijn gevoel te volgen: te herkennen als `het goed zit’ en vervolgens te stoppen, ook al is er qua herkenning niet meer dan een associatie ontstaan.

Bij de keuze voor deze expositie lijk ik me nog wat te verschuilen achter de intimiteit van een tuin, van dijkhuizen met hun rode ramen in het donker, van een klein rivierlandschap in de nacht. De expansie van het rivierengebied laat zich nog weinig zien behoudens in `Uiterwaarden’ en `Winter’. Veel pogingen belandden op de afvalhoop want een schilderij moet zingen of dromen. Helaas, er zit voor mij niets tussen."

Willemijn van Dorp.


Joop Hekman: monumentale fonteinen, honden en penningenen

Een tentoonstelling met werk van Joop Hekman (1921) is een bijzondere gebeurtenis. Hoewel hij al ruim zestig jaar actief als beeldhouwer is, bleef het aantal keren dat Hekman door middel van een expositie naar buiten trad, beperkt. De belangrijkste reden hiervoor is, dat hij het niet echt nodig had om te exposeren, want hij kreeg de ene na de andere opdracht. Voor het vrije werk bleef weinig tijd over. Toch maakte hij een een fraaie reeks kleine plastieken waarbij verschillende torsen en dierfiguren.

In juli 1939 stelde Joop Hekman in het Utrechtse Consthuys Sint Pieter twee plaquettes tentoon, een van een rijksveldwachter (1938) en een beeltenis van zijn moeder (1939). Tijdens deze zomermanifestatie was werk te zien van twintig Utrechtse kunstenaars, onder wie Otto van Rees, Fedde Weidema en Janus de Winter. Hekman had door bemiddeling van Johannes Cornelis Wienecke, die eveneens tot de deelnemers behoorde, een uitnodiging ontvangen.

Van 1938 tot 1942 was Joop Hekman leerling aan de Academie 'Kunstoefening' in Arnhem. Hier maakte hij zich niet alleen de grondbeginselen van de beedhouwkunst eigen, maar volgde hij ook een opleiding tot edelsmid bij Frans Zwollo jr.. Tijdens de treinreis naar Arnhem verkeerde hij geregeld in het gezelschap van Gerrit Rietveld, die in Sonsbeek enkele opdrachten uitvoerde. Het contact met de bekende De Stijl-architect leverde Hekman in 1946 de opdracht op om twee beelden te ontwerpen voor de door Rietveld verbouwde Vredenburg-bioscoop. Zijn vrouwelijk en mannelijk naakt kregen een plaats toebedeeld aan weerszijden van het doek.

Kort na de Tweede Wereldoorlog organiseerde het Utrechtse Genootschap Kunstliefde een groepstentoonstelling van vier jonge, getalenteerde beeldhouwers: Pieter d'Hont, Loeki Metz, Jan van Luijn én Joop Hekman. Dit viertal werd gevraagd om ter gelegenheid van het 50-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina, ieder een gipsen beeld te vervaardigen voor een fontein nabij de Smakkelaarsbrug in Utrecht.

In 1949 kwam Hekman als winnaar uit de strijd om een fontein in het park voor de Utrechtse Stadsschouwburg te ontwerpen. Hierna bleef het enige jaren stil. De Gemeente had graag gezien, dat er onder de zeemeermin een waterpartij zou worden opgenomen. Hekman was het hier niet mee eens. Hij vond dat er al genoeg water door de nabijgelegen singel stroomde! In 1953 kreeg hij van de Gemeente 300 gulden om de beroemde fonteinen van Rome te bestuderen. Het echtpaar Hekman ondernam de trip naar Italië per auto. Men twijfelde over de goede afloop: 'Ze komen vast in een ravijn terecht.' Alles ging echter goed. De wegen waren nog rustig. In de enige Nederlandse auto die ze tegenkwamen zaten de dichter Jan Engelman en de schilder Hendrik Wiegersma. Hoewel de opbouw van de fontein niet wezenlijk veranderde, werd Hekman door zijn verblijf in zuidelijke sferen op nieuwe ideeën gebracht. In 1956 kreeg hij officieel de opdracht tot het maken van de fontein. De onthulling van het monumentale beeld (mét waterpartij) vond tenslotte in 1959 plaats.

Dankzij het onderricht in het bewerken van edele metalen kon Hekman ook op veel kleinere schaal zijn gedachtegoed vormgeven. Ook dit deel van zijn oeuvre getuigt van een gedegen vakmanschap. De firma Begeer voerde de door Hekman ontworpen bevrijdingspenning uit. Allerlei opdrachtgevers wisten de weg naar de Utrechtse kunstenaar te vinden. Zo kwamen munten voor Suriname en de Nederlandse Antillen en penningen met de beeldenaren van Karl Marx (1968) en Mahatma Gandhi (1969) in de Domstad tot stand.

Het chef-d'oeuvre van Joop Hekman bevindt zich niet in zijn geboortestad. Tussen 1981 en 1983 realiseerde hij op het plein voor het Stadhuis in Enschede een fontein met een viertal beelden: zij stellen een vader, moeder, kind en hun hond voor. Enerzijds valt het speelse karakter van deze groep op, anderzijds wordt, zoals vaker in Hekmans werk, de intimiteit van het gezin benadrukt. Uiteindelijk kreeg een tweede gietsel van de bronzen chow-chow Biru, Hekmans hond, een definitieve plaats in het plantsoen tegenover het woonhuis van de kunstenaar.

Contactgegevens

Nieuwegracht 53
3512 LE Utrecht

00.31(0)6-51453501

info@galeriequintessens.nl