Xiao-Fan: Het kweken van bloemen

Xiao Fan 
24 januari t/m 14 maart 2003
HET KWEKEN VAN BLOEMEN


Een van de oudste namen voor China is Hua (bloem) en het land wordt ook nu nog steeds Zhong-Hua genoemd (Het bloemenland). Xiao-Fan, die China verliet in 1983 om naar Parijs te gaan, hernieuwt in zijn schilderijen ‘Cent Fleurs’ (Baihua), op persoonlijke manier, een eeuwenoude manier van ‘tuinieren’.


Xiao-Fan kweekt planten in een geheime tuin die, zoals criticus Bernard Goy benadrukt ‘evenzoveel op zichzelf staande afbeeldingen zijn van zinnelijke lust en van scheppingsdrang en die, in hun geheel beschouwd, een lofzang zijn op de schepping’.

In het begin van de 20ste eeuw hebben twee fotografen, Imogen Cunningham en Karl Blossfeldt, en een schilderes, Georgia O’Keeffe, het domein van bloemen en planten verkend. In hun fotostudies en schilderijen hebben zij vaak de nadruk gelegd op het mensvormige en sexuele karakter hiervan ofwel dit gesuggereerd. Max Ernst, met zijn verzameling Bloemen (‘kruipende bloemen, schubbloemen, buisvormige bloemen, bloemen die onder water met elkaar worstelen, bloemen die in hun nek doorboord worden door stenen’ – René Crevel) en de surrealisten hebben ook grillige fantasie-planten gecreëerd. Xiao-Fan, die werkt op het gevoelige terrein van het denken en van de dichterlijke expressie geeft zijn bloemvoorstellingen eveneens een erotische lading. Maar hij neemt ook in hoge mate afstand van zijn voorgangers, zelfs als hij van de surrealisten de liefde voor de metamorfose behoudt in de wellustige extravagantie die zijn geschilderde beelden suggereren. Zijn vormen zijn onherkenbaar. Wie zou de magnolia, de camelia, de heggerank, de kamille, de postelein, de clematis, de lelie of de geitebaard kunnen herkennen? In zijn series honderd bloemen bekommert hij zich niet om waarachtigheid, gelijkenis, er is geen herkenbaar model, maar er zijn niet bestaande samenklonteringen, toespelingen, pogingen tot samensmelting, een kunstzinnige vormgeving waarbij de uitwerking van minder belang is. 

Misschien valt er in zijn priapische, onverbloemd erotische bouwsels die uitmond- en in vrouwelijke vormen een verwijzing naar Tao terug te vinden waarom het yang en yin, het vrouwelijke element en het mannelijke elkaar vormen. De Stengel van Jade en de Koningin van Vermiljoen die Meester Tong Hsuan, in de VIIde eeuw, zich alleen maar kon voorstellen terwijl zij ‘elkaar in vervoering brengen volgens een-en-twintig ademhalingen’? Misschien staat de serie ‘Cent Fleurs’ (Baihua), omdat Xiao-Fan altijd zijn belangstelling voor de symbolische waarde der dingen heeft bevestigd, weer in verbinding met de betekenissen die de Chines taal geeft aan het woord Bloem (Hua): vonk, struik, vuurwerk, verschillende soorten tekeningen, nectar, schoonheid van de vrouw, het volmaakte gebruik in het huwelijk maar ook de heimelijke wellust der courtisanes……? (Jack Goody, La culture des fleurs).

Xiao-Fan, reproducerend kunstenaar in de werkelijke betekenis van het woord, weet ons eraan te herinneren dat sexualiteit de kern van ons bestaan vormt, net zo goed als die van bloemen die immers voortplantingsorganen zijn, daartoe voorzien van kleur en geur. Zijn honderd op zichzelf staande bloemkronen rijzen op uit een fallus-stengel die wel degelijk lijkt op wat Lacan definiëerde als ‘de bevoorrechte vorm van dàt teken waar het aandacht van de logos (rede) zich verbindt met de opkomst van de wellust…. Deze vorm is door zijn gezwollenheid de afbeelding van het levenssap dat opstijgt tijdens de voortplanting’.

Pascale Le Thorel-Daviot

Contactgegevens

Nieuwegracht 53
3512 LE Utrecht

00.31(0)6-51453501

info@galeriequintessens.nl