Mark Brusse en Pat Andrea: Dubbele identiteiten

Mark Brusse en Pat Andrea
Dubbele identiteiten
11 februari t/m 27 maart 2004


Mark Brusse 

(Alkmaar, 1937) woont en werkt sinds 1961 in Parijs. Hij studeerde aan de Kunstacademie in Arnhem. Zijn techniek: Beeldhouwen, Keramiek, Olieverf en Grafiek. Via Parijs, New York en Berlijn kwam hij in het oosten terecht. In de jaren 80 en 90 werkte hij geruime tijd in Japan, Korea en Indonesië. Als kunstenaar, maar ook als mens staat hij open voor wat hij op zijn pad vindt. En wat hij doet, wil hij zo goed mogelijk doen. Niet alleen in zijn kunstuitingen, ook in zijn contacten in de dagelijkse omgeving.

Pat Andrea 

(Den Haag, 1942) woont en werkt in Parijs, alsook in Buenos Aires en Den Haag. Op de Koninklijke Academie voor Beeldende kunsten in Den Haag kreeg hij les van Co Westerik. Nu is hij zelf professeur aan de Parijse École Nationale Supérieure des Beaux Arts. Thema's die hem vanaf het begin van zijn carrière hebben beziggehouden omschrijft hij als: 'Woman and dogs and nature and heroes and rooms and profiles and revolutionpaintings.'


Dubbele identiteiten


Beiden ontdekten de wereld. Ze gingen op reis en keerden terug. Hun ervaringen en indrukken maken ze zichtbaar in hun werk. In Galerie 20 van Felix Valk in Arnhem leerden ze elkaars werk kennen en waarderen. Sindsdien volgen ze elkaar, als collega's en als vrienden. Parijs is de stad waar ze wonen en werken. Mark Brusse: “Pat is er gewoon, dat heeft met vriendschap te maken. Aanwezigheid waar je van op aan kan.” Pat Andrea: “Mark is een fijne man. Behulpzaam, to the point en erg precies.” Over het vak praten ze nauwelijks. Pat: “Kunst kun je niet uitleggen, daar moet je omheen draaien. Pas dan kom je tot de essentie.”

Pat: “Mark verbleef in de zestiger jaren al in Parijs en fladderde de wereld rond. Ik kwam pas eind jaren zeventig naar Parijs. Voor het blad TIQ maakte ik een serie surrealistische personages. Mark vond het voorblad spectaculair. Toen Jan Cremer hem vroeg of hij iemand wist die de omslag van zijn boek 'Made in USA' kon maken, stelde hij mij voor. Toen ontmoetten we elkaar echt. We kwamen in een gemeenschappelijke vriendengroep terecht. Ik vond Mark geweldig om hoe hij zich met zijn Fluxus werk tussen Parijs en New York bewoog. Toen hij zijn huidige Japanse vrouw Nabuko ontmoette, maakte hij als kunstenaar op het platte vlak mijns inziens een grote sprong. Zijn grote pastels vind ik fantastisch.”

Terwijl Mark Brusse zich liet beïnvloeden door de Japanse en Koreaanse cultuur, combineerde Pat Andrea het werken in Parijs met reizen door Zuid-Amerika, waaronder Argentinië.

Mark: “Wat wij gemeen hebben is onze dubbele identiteit. Die identiteit heeft niets te maken met nationaliteit. In Pats werk zie ik hoe goed hij zich voelt in Argentinië. Dat gevoel herken ik. In een andere cultuur neem je de dingen anders op en leef je, eet je en slaap je anders. Je bedrijft de liefde anders. Pat is met een Argentijnse vrouw getrouwd, ik met een Japanse.“ Pat is net zo Argentijn als Nederlands. Ik heb hetzelfde met Azië.
Door Azië ben ik veranderd. Het begon met de schok van de herkenning. Ik zag dingen die ik al gemaakt had. Dat was heel merkwaardig. Hoewel, het komt allemaal uit het mensenbrein voort, dus zo vreemd is het niet. Het is toch altijd weer een uitdrukking van de mens. Al ziet iedereen alles anders. En niemand kan een kunstwerk op dezelfde manier zien. Zelfs de kunstenaarsinterpretatie is niet altijd de juiste: It is all in the mind. Wat voor reacties ik krijg: bij hetzelfde werk zie ik iemand glimlachen, een ander laat me weten dat hij deze ellende niet voorgeschoteld wil krijgen. Of iemand bedankt me omdat hij nu alles anders ziet.

Pat: “Ik ben een virtuoze tekenaar, Mark werkt meer vanuit het ambacht. Hij moet een manier vinden om zijn intelligentie en zijn handigheid samen te voegen tot een plastisch werkstuk. Daar slaagt hij in, vind ik. Of ik hem dat vertel? We praten weinig over het vak. Daar zijn we overdag in ons atelier al mee bezig. Maar we ziens elkaars werk en ontmoeten elkaar op tentoonstellingen. Vaak bellen we daarna nog. Na de lofprijzing kan er best eens een woord van kritiek gegeven worden. Mark lijkt zijn zinnen altijd behoorlijk te overwegen. Hij vindt fraaie openingen om mij iets te vertellen. Hij is zeer bedachtzaam, ik ben veel directer.

Mark: “Een wijs man loopt niet te koop met wat hij weet. Dit geldt zeker voor Pat Andrea. Hij kan beter tekenen dan hij laat zien. Je zou in de Nederlandse schilderkunst twee lijnen kunnen trekken. De eerste loopt van Rembrandt, via Van Gogh naar kunstenaars als Karel Appel. De tweede lijn, de lijn van de klaarheid, begint bij Vermeer en komt dan via Mondriaan uit bij een schilder als Pat Andrea. Hoe ik dat bedoel? De fascinerende, sensuele blik van het meisje met de parel doet me aan het werk van Pat Andrea denken. Het heeft een enorme sensualiteit en is nergens vulgair. Zijn vrouwen zijn verleidelijk en uitnodigend, de composities weloverwogen. Vaak gebruikt hij kleurencombinaties die aan het palet van Mondriaan ontleend lijken te zijn. Het zit 'm natuurlijk ook in het licht, het koele licht van ons noordelijke land.
De Latijns Amerikaanse cultuur geeft Pat de mogelijkheid zijn verhaal in een andere taal te vertellen. Hij vervalt nooit in routine. Hij blijft zichzelf vernieuwen. Mijn eigen werk heeft een totaal andere uitingsvorm.”

Pat: “De werken op papier die Mark de afgelopen jaren maakte zijn intrigerend. Vooral zijn laatste fase vind ik heel bijzonder. Zijn vele reizen en contacten hebben hem geraakt. De symbiose van westerse en oosterse tradities is buitengewoon.”

Mark: “En toch zijn en blijven wij allebei oer Nederlands. We komen nog steeds op tijd en houden ons aan afspraken. Hoe mysterieus het werk ook kan zijn: we hebben volgens mij beiden die calvinistische mentaliteit behouden, alsmede de eerlijkheid en de duidelijkheid. En dat zie je.” 

Tekst: Maaike Staffhorst

Contactgegevens

Nieuwegracht 53
3512 LE Utrecht

00.31(0)6-51453501

info@galeriequintessens.nl