Benjamin Katz

BENJAMIN KATZ
Chroniqueur van de Rijnlandse kunstwereld
foto’s uit de periode 1970-2005


7 februari t/m 21 maart 2007


Benjamin Katz: fotograferen is waarnemen

 

Over fotograaf Benjamin Katz (Antwerpen, 1939) is veel gezegd en geschreven. Typerend voor zijn werkwijze is de opmerking dat hij fotograferen niet als een beroep maar als eenroeping ziet. Voor Katz werd het vastleggen van de (kunst)wereld om hem heen een tweede natuur. Die instelling resulteerde in een archief dat zijn gelijke niet kent. Hij bouwde een arsenaal op waar menigeen jaloers op is of watertandend kennis van neemt en waar musea, documentairemakers en geschiedschrijvers regelmatig of structureel uit putten.

 


James Lee Byars en Joseph Beuys (Krefeld, 1983)

 

Benjamin Katz is niet zomaar een fotograaf. Hij kende de kunstwereld al door en door voordat hij zich als fotograaf manifesteerde. In 1956 verhuisde hij van België naar Berlijn, waar hij aan de kunstacademie studeerde bij Jaenisch, Böhm en Lortz. In 1963 richtte hij met Michael Werner  galerie Katz-Werner op. Een jaar later ging hij alleen verder als galeriehouder.Tot 1969 organiseerde hij ruim 60 exposities van o.a. Markus Lüpertz, Georg Baselitz, Marcel Broodthaers en Antonius Höckelmann. In 1972 vestigde Katz zich in Keulen. Daar manifesteerde hij zich steeds nadrukkelijker als een fotograaf met een bijzondere missie. Hij werd de chroniquer van de Rijnlandse kunstwereld en concentreerde zich daarbij vooral op de steden Keulen en Düsseldorf.

 


Georg Baselitz en Markus Lupertz (Amsterdam, 1978)

 

Gepokt en gemazeld als hij was door de kunstscène, lukte het Katz  om met zijn foto’s deuren te openen en domeinen te ontsluiten die voor anderen gesloten bleven. Als galeriehouder had hij een internationaal netwerk opgebouwd en het vertrouwen gewonnen van de mensen die zich open en onbevangen voor het oog van zijn camera manifesteerden. Het natuurlijke gedrag van de kunstenaars overheerst. Van gekunstelde poses is zelden sprake. Toch zijn de foto’s die Katz maakte in ateliers, tijdens vernissages, tentoonstellingen en feesten geen snapshots of kiekjes. Zij slaan een brug tussen documentaire en autonome en fotografie en vormen een bijna vanzelfsprekende cross-over tussen journalistieke reportage en portretfotografie. Hun bijzondere status danken de foto’s niet in het minst aan het feit dat de kunstenaars Katz toestonden om hen letterlijk heel dicht op de huid te zitten.

 

Marcel Broodthaers en Marie-Puck Broodthaers

(Kassel, 1972)  

 

In zijn fotosequenties gaat Benjamin Katz nog een stap verder. Het betreft korte series van twee, drie of vier beelden die door hun onderlinge samenhang een bondig verhaal vertellen en een bijna filmisch geheel vormen. Het verschil met de op zichzelf staande foto’s schuilt in het essayistische karakter vaan de series en in het vermogen van de fotograaf om het verloop van een gebeurtenis of de ontwikkeling van een bepaald fenomeen in kort bestek weer te geven. Hij beperkt zich steeds tot de essentie, zoals hij dat ook in zijn andere fotowerk doet. Voor Katz geldt: fotograferen is waarnemen.


Keizersgracht, Amsterdam (Amsterdam, 1978)

 

Uit het indrukwekkende fotoarchief dat Katz in de loop der jaren opbouwde, blijkt duidelijk dat de kunstenaars hem beschouwen als ‘één van hen’. Dat levert ontspannen portretten en situaties op, waarbij jolig gedrag regelmatig voorkomt. We krijgen zelden of nooit kunstenaars te zien die zich ongemakkelijk of betrapt voelen. Dat het niveau van de foto’s uitsteekt boven het relaxte kiekje in een familiealbum, heeft alles te maken met het vermogen van de fotograaf om te kijken, te doorgronden en de essentie te vangen. Evenals andere kunstvormen en –uitingen, is ook fotograferen een kwestie van op het juiste (of:cruciale) moment vastleggen van wat er aan de hand is en waar het in essentie om gaat. Katz verbindt zijn vermogen om feilloos waar te nemen met de kwaliteit om zichzelf onzichtbaar te maken voor de wereld waarin hij zich begeeft. Dit neemt niet weg dat hij wel degelijk ‘aanwezig’ is in zijn foto’s. Hij is namelijk degene die anderen het vertrouwen geeft dat zij nodig hebben om zich open en eerlijk te manifesteren, om te laten zien wie ze werkelijk zijn. Katz is de ‘onzichtbare man’ die door de geportretteerde kunstenaars toegelachen wordt, voor wie ze hun fratsen en vreemde escapades uithalen en door wie ze zich zonder enige reserve laten vereeuwigen.

 

 

Wim van der Beek.

Contactgegevens

Nieuwegracht 53
3512 LE Utrecht

00.31(0)6-51453501

info@galeriequintessens.nl