Pat Andrea & Pepe Cerdá

Pat Andrea & Pepe Cerdá
schilderijen en werken op papier
6 april t/m 29 juni 2011

DE GESCHIEDENIS HERSCHREVEN

 

Pat Andrea en Pepe Cerdá. Foto Vicente Almazan

 

‘Eet mij… Drink mij…’ Alice kon deze lokroep niet weerstaan en beleefde de meest bizarre avonturen in haar ‘Wonderland’ onder het konijnenhol. Beeldend kunstenaar Pat Andrea (Den Haag, 1942) maakte in 2008 illustraties voor een boek over de avonturen en bevindingen van Alice. In hetzelfde jaar wijdde het Haags Gemeentemuseum een grote tentoonstelling aan Andrea’s interpretatie van de avonturen van Alice in Wonderland. Met dit project van reeksen grote tekeningen was de kunstenaar weer even terug in de stad waar hij ooit furore maakte als lid van de Nieuwe Haagse School. Met Peter Blokhuis en Walter Nobbe richtte hij begin jaren ’70 het kunstenaarscollectief ABN op en maakte hij in 1978 als openingsact een schilderij in één van de zalen van het Gemeentemuseum dat inmiddels is aangekocht.

 

Pat Andrea, 'La vierge du Photofinish', 2008-2011

olieverf en caseine/doek, 60 x 70 cm.

 

‘Eet mij… Drink mij…’ zou ook het motto kunnen zijn van het complete oeuvre van Pat Andrea. Uit de aanmoediging spreken niet alleen gretigheid en gulzigheid, maar ook sensuele verlangens die niet geheel van gevaar ontbloot zijn. Deze kenmerken lopen als een rode draad door het werk van Andrea. Hij transformeert de wereld tot een grimmig droomdomein. In die wereld, die enerzijds ontluisterend is maar anderzijds ook een soort boosaardige aantrekkingskracht bezit, projecteert hij zijn mensvisie en maatschappijbeeld. De imaginaire wereld is hard, pessimistisch en schaamteloos. Niets en niemand wordt ontzien. De kunstenaar dompelt zijn denkbeelden en angsten onder in ironie. Hij confronteert ons met onheilspellende situaties, merkwaardige menselijke tekorten en vormen van verwarring die grenzen aan totale desoriëntatie. Sensualiteit, vervreemding, wreedheid en dreiging manifesteren zich in allerlei vormen en hoedanigheden.

 

Pat Andrea, 'Tronc et Cathedrale', 2011

gemengde techniek/papier, 80 x 100 cm.

Pat Andrea, 'Kamikaze surprise', 2010

gemengde techniek/papier, 80 x 100 cm.

 

In 1963 ontving Pat Andrea op 21-jarige leeftijd de Koninklijke Subsidie uit handen van koningin Juliana. Met solo-exposities in de gemeentemusea van Den Haag (1968) en Arnhem (1975) vestigde hij zijn postmoderne reputatie. Toch werd hij in eigen land pas echt bekend door het 'Nederlands Gebarenboekje' dat hij in 1979 met Herman Pieter de Boer maakte. De zoon van schilder Kees Andrea en illustratrice Metti Naezer is in zijn leven en werk altijd een jonge hond gebleven. Hij kan moeilijk stilzitten en werkt afwisselend in Parijs en Buenos Aires. Tot voor kort was hij docent aan de prestigieuze École Nationale Supérieure des Beaux Arts in Parijs en begeleidde en inspireerde hij jong talent.

De figuratieve schilderijen van Pat Andrea confronteren ons met de ongrijpbare kanten van de ‘condition humaine’. Zijn mensvisie is vooral verwarrend omdat schijnbaar duidelijke tegenstellingen (zoals die tussen goed en kwaad) op de helling worden gezet. Hij laat zien dat het goed vaak minder goed is dan het lijkt, terwijl van het kwaad minder gevaar uitgaat dan we vrezen. Andrea’s werk staat is vol van deze en andere fricties en paradoxen. De dualiteit tussen de zware en de lichte kant van het bestaan is de basis voor de vervreemding. Beklemmende onderwerpen en situaties worden gerelativeerd door ironie. Uit de schilderijen rijst het beeld op van een begerig observator die concrete waarnemingen filtert en vertaalt in beelden die de vloer aanvegen met (schijn)zekerheden en (voor)oordelen. Niets is wat het oppervlakkig gezien lijkt te zijn.

‘Eet mij… Drink mij…’ zou ook de titel kunnen zijn van de dubbeltentoonstelling met werk van Pat Andrea en Pepe Cerdá. Het is niet moeilijk om beider werk onder een gemeenschappelijke noemer te presenteren. Beide kunstenaars zijn vooral geïnteresseerd in het scheppen van een virtuele werkelijkheid. Elk op een eigen manier herschrijven ze de geschiedenis van de schilderkunst. Daarmee houden de overeenkomsten op. Terwijl Andrea zich vooral focust op bizarre situaties en menselijke gedragingen, kiest Pepe Cerdá (Buñales, Huesca, 1961), die Andrea uit Parijs kent en bewondert, voor het engagement. Aanvankelijk fixeerde de Spaanse kunstenaar zich vooral op natuurlijke processen en verschijnselen. Die manipuleerde hij en zette hij naar zijn hand in schilderijen en werken op papier. Verschillende beeldfragmenten vloeiden in elkaar over. Vormelementen met een natuurlijke oorsprong vermengden zich met vage menselijke gestalten zonder dat de organische oorsprong geheel werd losgelaten.

 

Pepe Cerdá, 'Tractor', 2010

olieverf/doek, 20 x 20 cm.

Pepe Cerdá, 'Paisaje', 2010

olieverf/doek, 40 x 40 cm.

Pepe Cerdá, 'Paisaje', 2010

olieverf/doek, 50 x 70 cm.

 

In later werk is een opmerkelijke heroriëntatie op traditionele schilderkunstige waarden, technieken en thema’s te zien. Naast stillevens, landschappen en portretten vallen taferelen met mensenmenigtes op. Ze getuigen van persoonlijke betrokkenheid met de Spaanse cultuur en geschiedenis. Pepe Cerdá laat zich meeslepen door bewegingen, uitingen van volksaard en andere uitingen die mensen binden, bewegen en op de been brengen. De schilder is een meester in het overbrengen van vibraties. Zinderende en oogstrelende landschappen en eenvoudige, directe portretten van ‘gewone mensen’ getuigen daarvan. Interessant zijn in dit verband ook de schilderijen van mensen die opgaan in hun werk. Ze lassen, vullen een kopieerapparaat met inkt, repareren een kapot beeldscherm of rijden apetrots rond op hun landbouwtractor.

Naast evocatieve mediterrane natuurlandschappen, schildert Cerdá ook industriegebieden en stedelijke landschappen met metershoge masten, flatgebouwen en lange bruggen. Wanneer de verlichting is aangegaan blijken de moderne stadslandschappen een feeërieke uitstraling te hebben. Cerdá onderstreept zijn fascinatie voor de werking van licht en donker. Hij verkondigt in zijn schilderijen dat zowel kunstlicht als maanlicht de werkelijkheid mooier maken. De eeuwenoude fascinatie voor het clair-obscur in de schilderkunst definieert hij opnieuw in zijn eigentijdse stadslandschappen. Van een andere orde zijn de schilderijen die refereren aan de Spaanse burgeroorlog. Soldaten bewegen in lange linten door het landschap. Ze trekken sporen, laten voetstappen na. Ook in andere schilderijen roept Cerdá de Spaanse geschiedenis en culturele gebruiken in herinnering. Zo inspireerde het intrigerende fenomeen van traditionele processies hem tot tientallen impressies waarin hij de dynamiek van optochten en het in ere houden van oude tradities en opvattingen verankert en verbindt met zijn persoonlijke ideeën dienaangaande.

 

Wim van der Beek

 

Contactgegevens

Nieuwegracht 53
3512 LE Utrecht

00.31(0)6-51453501

info@galeriequintessens.nl