HOME   PROGRAMMA   ARCHIEF   CONTACT 

Jan Roëde (1914-2007)
werken op papier uit het atelier van de kunstenaar;
expositie in samenwerking met de Stichting Jan Roëde
14 april t/m 12 mei 2010

Fantasie in volle vrijheid

Zijn allereerste tekeningen ontstonden uit verveling, maar zijn allerminst verveelde plaatjes. Op de lagere school voelde de in Groningen geboren Jan Roëde (1914-2007) zich niet op zijn plaats. Stiekem tekenen onder de les was een veel interessanter tijdverdrijf. Op papier kon hij zijn fantasie kwijt. Wist hij verhalen mooier te maken dan ze zijn. Een tekenaar was geboren.

'Kat onder tafel', gouache, 46 x 54,5 cm

'Nachtagent', gouache, 46 x 54,5 cm.

Na de Mulo volgde Roede, die zijn naam in de jaren veertig ‘verfranste’ tot Roëde en zich altijd zo zou blijven noemen, een opleiding tot tekenleraar. Dat bracht hem tot het vak van reclameontwerper en illustrator. In Den Haag, waar hij opgroeide, studeerde hij begin jaren dertig aan de Koninklijke Academie van Beeldende kunsten. Later zou hij ook verhalen en gedichten gaan schrijven en werken als glaskunstenaar en kostuumontwerper. In 1941 begon hij te schilderen en als schilder is hij bekend geworden. Hij ontwikkelde een eigen, wat naïeve stijl. Zijn simpele, kinderlijke beeldtaal combineerde hij met een warm, poëtisch kleurgebruik.

Roëde beeldde zijn figuren af in speelse houdingen. Maar soms staan of zitten zijn mensfiguren juist heel verstild aan een tafel of in een landschap. Hoewel zijn werelden sterk tweedimensionaal zijn opgebouwd, krijgen ze door de opbouw van kleuren vaak iets ruimtelijks.

‘Vissenkom’,
gouache, 38,5 x 50 cm.

Het streven naar ‘verlichting’, iets wat intuïtief, plotseling en zonder veel woorden kan worden bereikt, kwam voort uit de ontdekking van en zijn fascinatie voor het ZEN-Boeddhisme waar hij in 1943 mee in contact kwam. Wat hem hierin vooral aansprak? Zen sloot aan bij zijn opvattingen over denken, leren en het leven en dat gaf hem een bevrijdend gevoel.

'Familieleven', tekening, 47,5 x 55 cm.

De denkbeelden sloten ook goed aan bij de kunstenaars van Vrij Beelden, een kring rond een aantal Amsterdamse schilders waaronder Willy Boers. De fantasie stond bij hen centraal en ze experimenteerden in volle vrijheid met vormen en kleuren. De groep exposeerde in wisselende samenstelling tussen 1947 en 1954. Hoewel Roëde hun ideeën deelde, was hij geen groepsmens. Hij exposeerde wel een aantal malen met de groep, maar speelde geen actieve rol.

Dezelfde onafhankelijke houding had hij ten opzichte van Cobra. Nadat Karel Appel en Corneille zijn werk op een tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum hadden gezien, nodigden ze hem uit deel uit te maken van de Cobragroep. Maar Roëde bedankte voor de eer. Hij erkende de verwantschap in het werk, maar koos ervoor om onafhankelijk blijven.

Regelmatig verbleef hij langdurig in het buitenland, waaronder in Frankrijk en in Zweden. Terug in Nederland vestigde hij zich weer in Den Haag waar het kunstklimaat levendig was en waar hij in Pulchri, de Haagse Kunstkring of De Posthoorn collega’s ontmoette. In 1956 opende de eigenaar van De Posthoorn in zijn café een galerieruimte. Hij vroeg de kunstenaars Jaap Nanninga, Willem Hussem en Jan Röede tentoonstellingen te maken en ook hun eigen werk te exposeren. De Posthoorngroep hield stand tot 1962.

Naast Klee, Miro, Picasso en Léger was ook Matisse een belangrijk voorbeeld voor Roëde. Alleen al omdat ook hij nooit iets deed wat hij zelf niet wilde. In interviews bevestigde Jan Roëde altijd dat hij nadrukkelijk solist heeft willen blijven, omdat het hem letterlijk de vrijheid gaf om te maken wat hij mooi vond.

Jan Roede, circa 2000


Maaike Staffhorst

 

 


Terug naar vorige pagina




© 2010 Galerie Quintessens