Verwacht


Foto: Geer Steyn in zijn atelier, 2024. Foto Piet Gispen.

 

GEER STEYN

beelden en penningen

 

JUDITH PFAELTZER

werk op papier en kleinplastiek

 

opening: zondag 29 september 2024 om 17 uur

expositie: 2 oktober t/m 8 november 2024 

 

Geer Steyn

Het sprak voor zich dat Jan Teeuwisse de inleiding zou schrijven voor de monografie-tentoonstellingscatalogus-oeuvrecatalogus ‘Geer Steyn. Beelden - Penningen’. Deze uitgave verscheen bij het retrospectief, dat in 2016 werd georganiseerd door ’zijn’ museum, Museum Beelden aan Zee in Scheveningen ter gelegenheid van Geer Steyns 70e verjaardag. Als (tot vorig jaar) museumdirecteur hoorde dat bij zijn ‘pakket’. De persoonlijke toets daarentegen is opmerkelijk en niet vanzelfsprekend. Want Jan Teeuwisse is niet zomaar een specialist op het gebied van beeldhouwkunst. Zijn wieg stond bij wijze van spreken in een beeldhouwersatelier. En hij groeide op ‘tussen’ beelden én te midden van kunstenaars. Als de zoon van de Amsterdamse beeldhouwer-animalier Arie Teeuwisse  (1919-1993) leerde hij ook talloze beeldhouwers kennen, onder wie het (destijds) jonge, aanstormende talent Geer Steyn.

Beeldhouwer en penningmaker Geer Steyn (1945) studeerde in Amsterdam kunstgeschiedenis toen hij ontdekte, dat hij zich liever uitvoerend met kunst bezighield. Dankzij zijn moeder, Bep Hollaar, die was opgeleid aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, kon hij aankloppen bij een oud-klasgenoot van haar, namelijk de beeldhouwer Arie Teeuwisse. Op diens atelier op Wittenburg kon Geer Steyn zich voorbereiden op de Rijksacademie. Hij werd toegelaten en studeerde er van 1968 tot 1972, onder anderen bij V.P.S. Esser, Paul Gregoire en Theresia van der Pant. De meeste docenten op de Rijksacademie waren ‘modelleurs’, en werkten met klei of gips. Esser werkte in was, het resultaat werd op de academie door gipsgieter Ernst Kuck in gips afgegoten. Grégoire werkte zowel in was als chamotteklei, evenals Theresia van de Pant, die ook direct in gips werkte, zoals bij haar Wilhelminamonument voor het Amsterdamse Rokin. Zij was ook bedreven in steenhouwen. Na haar academietijd was zij gedurende een jaar leerling van de Belgische  ‘beeldenhakker’ Oscar Jespers. Van der Pant zou als docent aan de Rijksacademie student Geer Steyn wegwijs maken in de wereld van het steenhouwen. Met als resultaat, dat later ’onverzettelijke’ materialen als Belgisch hardsteen of graniet geen geheimen meer voor hem zouden hebben.


Foto: ‘De verteller’, 1984, brons, hoogte 12 cm.;
‘Fellini’ (studie keerzijde), 2016, terracotta, diam. 80 mm.

 

Op de Rijksacademie maakte ondertussen het klassikale (en klassieke) onderwijs plaats voor een meer individuele aanpak. Maar de grote veranderingen lieten nog even op zich wachten. Steyn, inmiddels 27 jaar, won de zilveren Prix de Rome en studeerde daarna gedurende een jaar in Wenen bij de internationaal bekende Oostenrijkse beeldhouwer Fritz Wotruba (1907-1975), met Marino Marini, Henry Moore een van de pioniers van de moderne beeldhouwkunst. Om, in Steyns woorden, in de hoofdstad van Oostenrijk: ‘een ander verhaal over het begrip beeldhouwen te horen.’

In diens latere werk bouwde Wotruba zijn beelden op uit massieve blokken en cilinderachtige vormen, waarbij nog steeds de mens uitgangspunt is. Ook Geer Steyn zou de menselijke gestalte trouw blijven, hoewel ook hij het lichaam verregaand abstraheert, en zoekt naar de kern van het onderwerp. De gedaanten of fragmenten van het menselijk lichaam, koppen, rompen en benen, verrijzen uit een brok ruwe steen, dat de kracht en expressiviteit van het beeld benadrukt en geleidelijk de vorm prijsgeeft. Uitgewogen vormverhoudingen kenmerken zijn beelden, die altijd in series ontstaan, want, zo liet Geer Steyn weten: ‘sculptuur is voor mij een vorm van serieel denken.’


‘Inktvis / krab’ (jaarpenning 2010), terracotta, 73 x 75 mm.

 

In 2023 was Geer Steyn opnieuw te gast in Museum Beelden aan Zee. Hij toonde er onder de titel ‘Gezicht van een tijdperk’, een reeks recente penningen van zijn hand. Het ging om portretten van schrijvers, kunstenaars, filosofen en componisten. Het museum typeerde zijn virtuoos gemodelleerde penningen van terracotta  als ‘klein van formaat, groot in het gebaar’. Dit najaar laat Geer Steyn in Galerie Quintessens zowel beelden als penningen zien.

 

Judith Pfaeltzer

Met collega Theresia van der Pant, van wie Judith Pfaeltzer les kreeg aan de Rijksacademie, tekende zij jarenlang in de zomermaanden ‘met veel plezier’ in de Amsterdamse Hortus. Tekenen, al vroeg véél tekenen, was een passie, nog lang voordat beeldhouwen een rol in haar leven zou gaan spelen. Zij tekende bovendien opvallend goed, alleen ontbrak het haar aan zelfvertrouwen om er ‘iets mee te gaan doen’. Een toevallige ontmoeting zou bepalend zijn voor haar verdere toekomst. Als 16- of 17-jarige kwam zij in het atelier van de beeldhouwer, die zusje Saskia les gaf. Zij moest er een beeldje afgeven. Die ‘onbekende’ wereld en met name het ambachtelijke beeldhouwen boeiden haar dermate, dat Judith Pfaeltzer ontdekte wat zij wilde gaan doen: beelden maken. Tekeningen bleef zij maken, ook toen jaren later de opdrachten voor grote beelden voor de openbare Ruimte haar opeisten.


Foto: ‘Alstrumeria’, 2000, pastel, 50 x 70 cm.

 

Consequent maakte zij tekeningen in zwart krijt en pastelkrijt. De pastels zijn zelfstandige werken, met als favoriete thema’s bloemen en knoppen. Vegetatieve vormen komen een enkele keer terug in haar driedimensionale oeuvre, zoals de twee bronzen ‘Late bloei I’ en ‘Late bloei II’ laten zien.

Net als de overige kleinplastiek op de tentoonstelling gaat het hier om monolitische vormen, die ondanks de bescheiden afmetingen beschikken over een verrassende monumentaliteit. Hoewel soms menselijke contouren in de gëexposeerde beelden te herkennen zijn, omschrijft Judith Pfaeltzer haar beelden als ‘landschappen’.

Als Frits Scholten, de samensteller van de monografie ‘Judith Pfaeltzer. Het beeld als landschap’, haar in dat kader om een toelichting vraagt, tekent Judith Pfaeltzer de contour van een grillige horizon. ’Kijk, dit is een landschap hè?’ Ze draait vervolgens de tekening een kwartslag, zodat de horizon een onregelmatige verticale lijn wordt. ‘’Is het nu geen landschap meer? Nou, dan is dat het beeld. Als je oog naar het horizontale kijkt en je ziet het dan in de verticaliteit dan krijg je wel een andere lichtval, maar het is uiteindelijk dezelfde lijn (…). Je kan dus met verticalen en horizontalen wat anders doen. Je kan ze veranderen, zonder dat ze … terwijl ze toch hetzelfde blijven. Staan, liggen, het kunnen dezelfde vormen zijn en ze kunnen dezelfde ontroering teweeg brengen. Ik trek het landschap omhoog tot een zuil. In plaats van in de ‘horizontaliteit’, zet ik het in de ‘verticaliteit’ en toch behoudt het zijn zeggingskracht, mits het goed gezet is. En dan kan er een beeld ontstaan. Ik kan spelen met de lijnen en de vlakken en dus kan ik zo’n beeld ook een landschap of een ‘terra incognita’ noemen.’’


Foto: ‘Late bloei II’, brons, hoogte 36 cm.

 

Contactgegevens

Nieuwegracht 53
3512 LE Utrecht

+31 (0) 651453501

info@galeriequintessens.nl

openingstijden tijdens expostities:
woe. t/m zat. 12-17 uur
en tevens op afspraak

Instagram Quintessens op Instagram